Er zijn nogal wat termen in omloop met betrekking tot cadenzen, cadensformules, cadenstypen.

Daarom is het verstandig om uit te gaan van algemeen geaccepteerde benamingen, die tevens duidelijk maken dat “harmonische” cadenzen een contrapuntische oorsprong hebben in de vorm van karakteristieke stembewegingen (cantizans, tenorizanz, e.d.) Dat zijn:

  1. Cadenstypen algemeen (Nederlandse terminologie en (dit artikel))
  2. Cadenstypen (Caplin)
  3. Cadenstypen (IJzerman)
  4. Cadenstypen 16e en 17e eeuw (zie ook de bijbehorende video: http://www.earlymusicsources.com/youtube/cadences

Zie daarnaast:

Cheat sheet cadenzen (a3) (IJzerman)

Cheat sheet cadenzen (a4) (IJzerman)

Nederlandse terminologie

Doorsnee vaak gebruikte indeling in het Nederlandse taalgebied:

  • authentiek V-I
  • plagaal IV-I
  • volledig IV-V-I (of eigenlijk S-D-T, waarbij S vertegenwoordigd kan worden door trap II en IV)
  • bedrieglijk V-VI En uiteraard het halfslot of “half cadence”, een open einde op de dominant-drieklank (V).

Uitgebreide of extended cadence: I-VI-IV-II-V-I. In mineur met II6 ipv II door de verminderde drieklank op II. Uitgebreide cadens met Trugschluss gevolgd door definitieve afsluiting: Zie ook Cadenstypen (Caplin): PAC, IAC, HC, DC.

HACOPA (IJzerman): simple, compound, double, galant, neapolitan, discant, half cadence.

OMO (Grove): historisch overzicht van slotformules (in article Cadence); medial cadence, interrupted cadence, imperfect cadence, perfect cadence, plagal cadence, mixed cadence, radical cadence, phrygian cadence, authentic cadence, Landini cadence,

MGG (Kadenz und Klausel)

Gregoriaans en vroege meerstemmigheid: het melodisch (stapsgewijs) bereiken van een stabiele toon. Uitzondering: de octaafsprongcadens.

Stembewegingen in renaissance/vroeg barok slotformules:

HARMONIE HARMONIELEER Cadens