OMO (Grove): geeft een historisch overzicht van slotformules in het artikel Cadence (par. 2); sommige termen zijn ontleend aan middeleeuwse modale theorie, zoals authentiek, plagaal, frygische cadens.
Het artikel gaat in op cadenstypen van de common practice period en vestigt de aandacht op gradaties in sterkte van deze cadenstypen.
Met het oog op gangbaarheid van terminologie wordt de aandacht gevestigd op de veelheid van verschillende termen voor vergelijkbare of dezelfde verschijnselen.
Kiezen
Daarom is het verstandig om uit te gaan van algemeen geaccepteerde benamingen, die tevens duidelijk maken dat “harmonische” cadenzen een contrapuntische oorsprong hebben in de vorm van karakteristieke stembewegingen (cantizans, tenorizanz, e.d.) Dat zijn:
- Cadenstypen (algemeen) (Nederlandse termen)
- Cadenstypen (Caplin)
- Cadenstypen (IJzerman)
- Cadenstypen 16e en 17e eeuw (zie ook de bijbehorende video: http://www.earlymusicsources.com/youtube/cadences
Zie daarnaast:
Cheat sheet cadenzen (a3) (IJzerman)
Cheat sheet cadenzen (a4) (IJzerman)
=====
Gebruikte voorbeelden in het Cadence artikel:
-
perfect/authentic/final/full: V-I.
-
medial cadence (V65-I), (V43-I), (IV6-I), (IV64-I), bij deze laatste gaat het bijna altijd om een tonika-akkoord (I) waarbinnen met wisseltonen een IV64 wordt geplaatst. De bas bereikt stapsgewijs de tonica-toon.
-
interrupted or deceptive cadence: dominant gevolgd door een “verrassingsakkoord” anders dan I: VI, of soms een een subdominant, maar het kan ook een “dramatisch” akkoord zijn, bijvoorbeeld een verminderd septiemakkoord op de verhoogde IV. De leidtoon lost in dit geval vaak wel op, waardoor het ambivalente karakter van de wending wordt versterkt.
-
imperfect cadence ( Caplin’s HC or half cadence) halfslot
-
perfect cadence
-
plagal cadence
-
mixed cadence
-
radical cadence
-
phrygian cadence
-
authentic cadence
-
Landini cadence